Caraïben Dec .....Home

Aankomst op Union Island, links in de verte een restaurant op zee. Rechts, Salt Whistle bay op Mayreau waar we een nacht verbleven.

Mooi van ver maar ver van mooi dat strand van Mayreau. Niets dan rommel en afval. Zonde. Rechts, onze 'oude' vrienden van SuzieToo die we kennen van de Rally Iles du Soleil. Aangenaam weer samen te zijn.

In Bequia hebben ze een schildpaddenprogramma en hospitaal. Wij er naar toe voor 70EC$ (zo'n 18€) maar het ding was dicht. Dan maar wat foto's genomen door het hekken heen.

Zie je ze, de kleine schildpadjes. Rechts de verlaten baai van Petit Byahaut met vervallen resort.

Hier heeft Jhonny Depp zijn meesterwerk neergezet. We werden er niet echt warm van. Ook bijna verlaten.

Links nog eentje van Wallilabou (Pirats of the Caribian). Rechts de vermaarde Pitons van St Lucia. Het staat ook in hun vlag.

Links, als hij te klein is mag je hem terug brengen. Wat doen die mensen toch voor de kost? Rechts, onze eerste nacht in Marigot bay was niet aan een mooring bal maar aan een bar/restaurant. Voorwaarde was wel dat je er kwam eten. Wij wilden dus eens lekker decadent zijn, afstappen en aan de dis. 

Nog twee aan 'Chateau Mygo' restaurant. Veel te duur voor wat het was. Morgen dus aan de mooring.

Zo maar een zichtje op de uitgang van de baai.

En daar liggen we dan. En die andere ook.

Hij kon niet op één foto dus heb ik moeten plakken.

Links, mijn beauty. Rechts, de beauty and the beast, u mag zelf kiezen.

Bye, bye, zie je in de volgende haven.

 

22/12/10 Marigo bay (St Lucia)

Aan de vlag van Grenada te zien was het tijd om te vertrekken. Echter Grenada liet ons zo maar niet los hoor !!!. Plan was om in één trek naar Union Island te vertrekken om daar dan in te schrijven voor de Grenadines maar het weer had andere plannen met ons. Een flinke NO aan 20 à 22kn maakte dat we super scherp aan de wind moesten varen maar na zo'n 4 à 5 uur begon het te dagen dat we Union Island niet konden bezeilen. We dreven steeds meer af naar het westen en op motor tegen golven en wind in naar het eiland varen was geen optie meer. Nog even hebben we geprobeerd Carriacou te halen maar dat was ook noppes. OK, veldslag verloren maar nog niet de oorlog. Wij dus terug naar Grenada. Het verbaast steeds weer hoe verschillend een zee kan zijn als je met wind mee of wind tegen moet zeilen. Nu gaat alles plotseling als een fluitje van een cent. Met gereefd grootzeil en Genua halen we makkelijk 9kn. Daarvoor deden we tegen wind het ook niet slecht met zo'n 7 à 8kn maar plezant is anders als je tegen die steile korte golven op moet. Nu surfen we terug naar huis.

Nu ja huis, we stoppen in Dragon bay, de plaats waar we voordien met de familie zijn gaan duiken (lees ergens vroeger het verhaal). We wisten dat daar mooring ballen waren dus makkelijk zat. Ankeren mag hier trouwens niet want het is een marine park. Omdat we redelijk genoeg gestamp hadden meegemaakt besluiten we een rust dag extra te nemen. We blijven dus 2 dagen in Dragon bay.

De weersvoorspelling is nu beter. 15kn Oost. Dat is wat we moeten hebben. De rit naar Union Island is nu haalbaar. Nog steeds scherp en tegen de golven maar met ruimere wind. Zo'n 55 graden.  We halen een mooie snelheid en de klus is redelijk snel geklaard nu.

Op Union Island doen we de gebruikelijke administratieve rompslomp voor het inklaren bij Custums en Immigration. Het gaat wonderwel vlot allemaal. Verder is er op dit eiland niets te beleven. De ankerplaats is wel mooi in turkoois water.  Daarom vertrekken we in de namiddag reeds voor een korte trip naar Salt Whistle Bay in Mayreau.  Buiten een korte strandwandeling in de wel heel mooie baai, viel er verder niet veel te beleven op dit kleine eilandje.

Dan de volgende dag maar anker op en een kleine noodstop gemaakt in Canouan omdat we onze dinghy niet langer wilden voorttrekken achter de boot.   En na een goede nachtrust de volgende dag klaar voor St Vincent.

Dat eiland heeft niet de beste reputatie met corruptie en de vervelende boot boys. Boot boys zijn gasten die naar je toe varen om je lijnen te vragen of iets te verkopen. Er werd aan gewerkt aan de opvoeding van die boot boys omdat ze de zeilers weg joegen van St Vincent en blijkbaar heeft het zijn doel niet gemist want we hebben geen noemenswaardige problemen met ze gehad. Oh, ja, ze waren er wel, maar als je ze beleefd afwijst houden ze er mee op.

Eerst vonden we een schattige baai in de pilot boek en ook ter plaatse. Petit Byahaut. Er was een resortje maar alles was vernield door de orkaan en dus was het hier compleet verlaten. Spijtig. Maar zonder enige vorm van sociale controle wilden we daar dan toch maar niet blijven. We zouden een mooie 'sitting dug' zijn voor mensen met slechtere bedoelingen, dus wij weer anker op en naar de volgende baai.  Wallilabou bay zou ons walhalla zijn. Mnnnn, niet echt. In deze baai werd de film 'Pirats of the Caribian' opgenomen en een aantal van de huisjes in decor staan er nog. Verder is het hier maar een triest met weinig boten en nog minder leven aan de wal. Hier hadden we wel een boot boy nodig omdat je achterwaarts moet ankeren met je kont naar de wal en van die kont moet een lang touw aan land gebracht worden om je vast te houden. Dat komt omdat de zeebodem stijl daalt en je dus geen houvast hebt met het anker alleen. Nu trek je het anker de steile wal op en dan blijft die mooi steken. Gelukkig hebben we 200m drijvend landvast touw waarvan we zo'n 100m nodig hadden. Dit is de eerste maal dat we zo ankeren.

Ach, we liggen gerust en we zijn morgen vroeg op om naar St Lucia te vertrekken. Zo gepland, zo gedaan. Het is nu ZO en 15 tot 20kn. We vliegen als het ware naar St Lucia. We zien 2 squals, een voor ons en een achter ons. Gelukkig krijgt geen van de twee ons te pakken en we blijven droog. We kiezen voor Marigot Bay omdat het de mooiste is volgens de pilots. En inderdaad, dit is een veilige en diepe baai. We nemen alweer een mooring boei omdat we gerust willen zijn als we een eiland bezoek willen doen. Dat was eergisteren. Na een dagje rust zouden we een auto huren. Gelukkig hebben we dat niet gedaan want vandaag regent het de hele dag pijpenstelen. Voordeel daarvan is dat onze watertanks weer helemaal bijgevuld zijn. Ook is de boot flink ontzout.

Dit is zo'n bezige baai (voor het eerst) dat we ons niet vervelen hoor. Er valt altijd wat te beleven. Zeker als er weer zo'n mega yacht binnen komt. Een schril contrast met de boy die bananen verkoopt op een surfplank en dan naast zo'n mega rijk iemands boot moet varen. Wij klagen dus niet.

Water, water en nog eens water. De tanks zijn goed gevuld. Rechts, vrienden van de RIDS die we tegen komen in Marigot Bay

Pompen of verzuipen. Niet vergeten, het is nog altijd regen seizoen hier. Rechts, chick hé, zo'n optrekje aan het water.

We liggen vlak bij de supermarkt. Makkelijk zat. Voor de layout van deze marina moet je maar eens op onze Google kaart (start pagina) in zoemen. 't Is moeilijk onder woorden te brengen.

25/12/10 Rodney bay (St Lucia)

Op 22/12 vertrekken we uit Marigot bay op weg naar Rodney bay. Zelfde eiland St Lucia. We hebben geluk, zo blijkt later, wat het weer betreft want zowel in Marigot als in Rodney zijn we letterlijk uitgespoeld van de regen. Man, man, man, pijpenstelen zonder ophouden. De tocht dus houden we droog.

Rodney bay heeft een grote inlandse marina die je moet bereiken langs een smal kanaal. Nou, nou, dat was weer even met de klamme handjes. Er stond een joekel van een swell in de bay die ons recht dat kanaal in liet surfen.   Komt daarbij dat er net 2 schepen naar buiten varen en er is maar plaats voor 2 monohulls of 1 catamaran. Stoppen kon niet meer en omkeren zou zelfmoord geweest zijn. Op zeker moment is de swell bijna een brekende golf van zo'n 5 meter hoog. Het schip wordt achteraan helemaal opgetild en wij glijden van een roetsjbaan naar beneden. Gelukkig zijn die 2 buiten komers tijdig uit de weg als we letterlijk binnen vliegen. Dat kanaal heeft links en rechts een gevaarlijke rots strekdam en de beide havenlichten staan vervaarlijk dicht bijeen. Geen foto's kunnen maken wegens teveel stress.

Al bij al goed afgelopen maar wel spannend. Onderweg op de tocht ontdekken we ook dat alweer de Pro furler (opwind systeem genua) stuk is. Tweede alu buis is weer los en dus rolt de genua op dank zij de gratie van de smeerreep wat je niet te dikwijls moet doen. Dus we hangen hier in Rodney bay even vast tot dat euvel weer hersteld is. Het zijn hier feestdagen en dus is alles gesloten.

Rodney bay is ook de thuishaven van de ARC. Er liggen dus ook nog veel boten van die race. Gisteren werd afgekondigd dat de laatste boot was aangekomen. Een Zwitser. Meer dan een maand !!!!! Het echte verhaal kennen we niet. Wij kruipen echter nog wat dieper in de marina waar we gratis kunnen ankeren. Het is hier erg mooi en doet denken aan Fort Lauderdal (Miami). Mooie villa's met tuin en kade voor de boot.

Gisteren ook naar de supermarkt geweest. Oef, eindelijk nog eens een topper. Dat was geleden van sinds de Braziliaanse grootsteden. Een beetje beschaving doet toch wel deugd na zo lang het met minder te hebben moeten doen. Onze volgende bestemming is Martinique en daarvan weten we dat het nog luxer wordt.

Allé, hopelijk hebben jullie de kerst goed doorgekomen. Eindelijk een witte kerst hé, ik zit hier in mijn bloot lijf te typen.

We gaan nog even naar die ingang van dat kanaal om u een idee te geven waar ik het over had in voorgaande bijdrage. De paaltjes staan niet parallel met de kustlijn en dat maakt ze vanuit zee smal.  Martje op Kerstdag op het strand naast het kanaal. Op de achtergrond Pigeon Island

De baai van Rodney Bay. Kanonnen zat. Elk fort heeft er wel. Deze staat op Pigeon Island.

Nog Pigeon. Zie je het fort? Na wandelen is er rust.

Zicht op Rodney bay marina, een deeltje ervan. Rechts ook.

Wat doet een Euro million winnaar, hij koopt een bootje en noemt haar "Martha Ann". Daar hoort natuurlijk ook het stulpje aan het water bij. Rodney bay doet soms denken aan Miami of Fort Lauderdale.

Onderweg naar Fort de France. Rechts, daar is ie dan.

Kleurrijke oude stad. Rechts de bibliotheek.

Justitie paleis, "Marie" of te stadhuis.

Mooiste dinghy dok ooit. Wel 200m lang. Ons zie je helemaal links liggen kort bij het fort en dus redelijk uit de wind.

Dit is een kathedraal en geen kerk. Even bij vertellen dat alle gebouwen vroeger een staalconstructie hadden. Die werd eerst in Frankrijk gemaakt en dan als een meccano ineen gezet hier op het eiland. Tussen de balken in werd een soort beton gegoten. Dat was nodig voor de vele aardbevingen die er waren en nog zijn.  Links in het grijs, het gerestaureerde gedeelte, rechts in het bruin (roest) nog te restaureren. Van binnen is de kathedraal prachtig.

 

Overdekte groentemarkt en kruiden markt.

Vreemde mode hier en vooral ook veel rommel.

Vismarkt was maar karig voorzien. Wat wil je op een maandag na de feestdagen. De vissers sliepen vast nog hun roes uit. Rechts, her en der ook groente kraampjes. Allemaal lokale oogst.

Uiterst Noordelijk dorpje te bereiken over bruggen van de genie.

 

5/01/11 Rodney bay (St Lucia) naar Fort de France (Martinique)

Lap, we zijn alweer een jaar verder. Wat gaat de tijd toch snel. Allé, aan iedereen nog eens de beste wensen voor het nieuwe jaar.

Dit verhaal is dus jaar overschrijdend. Die Zwitser van de ARC die erin slaagde er 34 dagen over te doen had een speciale tactiek, geen wind, zeilen neer en dobberen maar. Hij wou geen motor gebruiken. Al bij al deed hij beter dan Columbus en soortgenoten want die deden er vaak 3 maanden over.

We bezoeken nog Pigeon Island waar het obligatoire fort staat. Eens je er eentje gezien hebt heb je ze allemaal wel gezien. Ze dateren allemaal uit dezelfde tijd en draaien om dezelfde oorlogen die Frankrijk en Engeland hier hebben uitgevochten. St Lucia is 14 keer onder een andere heerser gekomen. Arme dode soldaten, ze moesten nu eens zien hoe de eilanden geëvolueerd zijn tot een toeristische attractie. Ze keren zich vast om in hun graf. Maar ja, toen waren deze eilanden van vitaal belang voor de dwars getuigde schepen.

Ook Castries bezoeken we nog. Hoofdstad van St Lucia. Man, man wat een zootje. Het doet ons denken aan Dakar maar dan in het klein. Elke straat is een winkelstraat. Nu ja, winkel? Stalletjes met de meest onwaarschijnlijke rommel. Dingen die ze bij ons 40 jaar geleden verkochten. Een gezellige boel dus maar niet aan ons besteed. Ik vergeet zelfs een foto te maken.

Dan maar anker op en hup naar Martinique. Hup? niks hup, er staat weer een flinke NO aan  zo'n 18kn. De groene lijn op onze Raymarine (de werkelijke GPS koers over de grond) laat alweer zien dat we het eiland gaan missen hoe scherp we ook proberen te varen. Ondertussen weten we dus wat "Wind Wards Islands" of de beneden windse eilanden betekend. Ik vraag me af hoe die dwars getuigde schepen dat deden. Hoed af in ieder geval.

Halverwege komt er een zware storing af. Een koud front zo blijkt. We krijgen de ene squal na de andere over ons heen met soms windsnelheden van 25kn piekend tot 30kn. Grootzeil en genua staan dan al in 2de reef. Voordeel was wel dat de wind een shift deed van 90° en wij nu plots ZO kregen. Dus nu dan hup naar Le Marin.

De baai van Marin ligt NO georiënteerd en tegen dat de storing weg was lagen we daar voor anker met een wind van zo'n 22kn. Je bent dan niet echt gerust achter dat anker maar alles verloopt piekfijn. We liggen in slechts 2 meter diep water en achter ons is een zandbank die slechts 50cm onder ligt. Mochten we gaan krabben dan stranden we wel op die bank.

Le Marin is volgens het  pilot boek de grootste marina van de beneden windse eilanden. 600 plaatsen en nog eens even veel om te ankeren. Veel bootjes dus maar ook alweer veel verlaten en vervallen boten. Niet echt opbeurend. Als je wat voor hebt aan je boot ben je hier goed. Allerhande schip shops en werven. Hier kunnen ze alles en zeker als je een Franse boot hebben want ja, we zijn in Frankrijk.

Martinique is een departement van Frankrijk en dus officieel zijn we nu in Europa. De douane is modern en we vullen ons formulier in op de computer. Migratie dienst is er voor ons niet daar wij tot de Schengen landen behoren. Er worden verder geen vragen gesteld. Dat doen ze dus hier goed. Blijf je langer dan 6 maanden dan moet je de boot invoeren en taxen betalen. Net zoals in de EU.

La Marin heeft verder niets te bieden. Het enige gezellige is de marina bar uitgebaat door een Hollander. Dus vertrekken we maar naar de hoofdstad Fort de France. Het eerste stuk is West en achter de bergen, maar we vertikken het om de motor te starten. Het is Zondag, alles is dicht en het is goed weer, waarom zouden we ons haasten. Soms lopen we maar 2.5 knoop maar het is oer gezellig aan boord. Als we aan de Zuid West kaap zijn moeten we Noord en kijk, voor het eerst kan ook dat bezeilt worden. Straffer nog, er blijkt een acceleratie zone te zijn met een windje tot 15kn. Als we de baai van Fort de France naderen is het mooie liedje uit. Ook deze baai (eigenlijk bijna een binnenzee, zo groot) is NO georiënteerd en dus hebben we weer 22kn wind pal op de neus. Ook de golven en de tij hebben we tegen. Met de motor op 80% halen we maar 2,5kn. We moeten er 5 gaan dus dat is weer op het tandvlees bijten, zal ie het doen of niet. Motor pech betekent onherroepelijk rechtsom keren en vluchten.

Maar we halen het en liggen nu vredig naast het fort. De volgende dag verkennen we de oude binnenstad. We zijn in een heel andere wereld beland. Martinique is bijna altijd in Franse handen geweest en dat is eraan te zien. Zelfs de zwarte medemens ziet er Frans uit en spreekt Creools. Gemiddeld zijn de mensen mooier maar vooral ook slanker. Op de Britse eilanden heerst ook veel obesitas. Hier dus minder. Als we het winkel centrum binnen duiken en we vinden de Carrefour zijn we plots in de hemel aangekomen. Al dat lekkers zoals in België is hier te krijgen. Het is geleden van de Braziliaanse grootsteden dat we nog zo'n wel gevulde supermarkt bezochten. Voor jullie heel normaal en je denkt er niet bij na maar voor ons, wij gaan dit echt waarderen.

We besluiten voor een dag een auto te huren (52€) en het eiland te gaan verkennen. Dat valt eigenlijk wel wat tegen. Enkel in het Noorden vinden we het spectaculair. In La Grande Riviére, het uiterste Noordelijk stadje, niet meer dan een troosteloos vissersdorpje,  vinden we een restaurant "Chez tante Arlette". Groot is onze verbazing als we daar wel 150 mensen zien eten. Wij dus ook maar een hap binnen gespeeld. Creoolse keuken. Mag er best zijn. Onderweg zien we veel bananen plantages en suikerriet. De beste Rums van Frankrijk worden hier gebrouwen.

In de namiddag gaan we op zoek naar het winkelcentrum ten Noorden van de moderne stad. En kijk, we bevinden ons zowaar op de Antwerpse ring, 3 baanvakken en in de file !!! Dit is op en top Europa. Stress zat want we rijden niet zoveel auto meer en we zijn verloren in al de op en afritten. Neen, arm zijn ze hier niet. De gemiddelde auto mag er best zijn en bijna allemaal zitten onze zwarte medemens achter het stuur. Geen Afrikaanse toestanden hier. Het kan dus. Martinique wordt dan ook goed gesubsidieerd door Frankrijk en dat is eraan te zien. Met zijn 414.000 zijn ze en het verwonderd me dat er niet meer blanke Fransen zijn want net als wij mogen wij hier blijven en werken zonder papieren.

Nu ja, er waren ooit meer blanken tot de burgemeester van St Pierre, onze volgende bestemming, de moed niet had om St Pierre te evacueren (verkiezingsjaar) toen de Mont Pelé begon te rommelen. In 1902 zorgt een rode gloedhete gaswolk er voor dat 29.933 mensen ter plaatse stierven. Bijna allemaal blanken want toen was St Pierre de hoofdstad en alle gegoede blanken woonden daar.  Het hadden er 29.935 kunnen zijn maar slechts één gevangene overleeft het achter zijn dikke muren en een boer die net in zijn kelder zat. We gaan zeer zeker het museum daar aan gewijd bezoeken. Meer later.

Morgen lichten we dus het anker. We hebben geen internet aan boord hier dus de update zal voor St Pierre zijn.

Daar is hij dan, de moord vulkaan. Bijna altijd in de wolken. Rechts, hoed af voor deze Zweed in een bootje minder dan 6 meter. Wij liggen op de achtergrond dicht tegen de kust.

Zo wonen de mensen hier. En wij maar klagen als er een venster wat klemt.

De natuur is dan weer van de mooiste die we al hebben gezien.

Carib indianen, net nog niet uitgemoord hier.

Deze plant heeft eetbare wortels en is groter dan een mens. Recht, de maniok pan.

Deze vrouw kookt Creools voor onze groep van 10.

Oude en jonge generatie Carib indianen. Voor hoe lang nog?

De obligatoire waterval tijdens een eiland toer.

Donker daar in het oerwoud. Donker ook in de baai als daar weer zo'n squal overkomt. De wind laat zich niet goed zien op foto.

Onze trouwe Garmin mag altijd ankerwacht op zich nemen. Dat kan de Raymarine ook maar die verbruikt teveel stroom. We zijn ons anker gedrag de "banaan" gaan noemen. Liggen we nog in de banaan? Yep.

 

13/01/11 Rupert bay (Domenica)

St Pierre is een leuke tussenstop want naar Domenica is één van de langere trajecten die je kan maken hier in de Caraïben. We zeilen weer heel rustig van Fort de France naar St Pierre. Eindelijk zijn de lei zijden van de eilanden bezeilt en dat wordt vanaf nu altijd maar beter omdat we steeds meer Noord en later NW gaan varen. De vroegere vervelende NO wind wordt nu een halve wind.

We doen niet veel in St Pierre. Bezoeken wat tragische overblijfselen van de vulkaan ramp in 1902. Gaan ons uitschrijven en zijn op zoek om een updatje te kunnen plegen zodat jullie weer bij zijn.

Het is nog bijna donker als we het anker lichten. Weerom is de lei zijde goed bezeilbaar maar noord van Martinique laat het eiland ons zomaar niet gaan. Mont Péle staat in het Noorden van het eiland en veroorzaakt met een Oost wind een windkolk (Willy). Eerst helpt die ons flink, dan komen we in het oog van de klok en moet de motor aan en dan krijgen we wind pal tegen. Na de Willy is het nog niet gedaan want dan belanden we in de schemerzone tussen de Willy en de juiste wind. Tussen de 20 en de 25kn wind krijgen we mooi uit het Oosten en dus halve wind op de boot. Hoera, eindelijk flink doorzeilen.

Met 5 boten waren we zowat samen op weg. 2 staken ons voorbij in de soep wind maar het duurt niet lang of we lopen ze terug in. Halve wind is het ding van een catamaran en dus laten we het pak ver achter ons. We gaan tussen de 10 à 12kn.

Domenica laat ons dan weer niet gemakkelijk binnen. Het eiland heeft een lange Zuid kust, is hoog en dus staat er een flinke acceleratie zone. Op het moment dat ik even binnen de kaart ga bijstellen gaat de stuurautomaat in "over current" en haakt die af. In No Time draaien we 180° en liggen bij (stil dus). Dit is de 4de of 5de keer dat we dit voorhebben dus we kennen de dril. Terug draaien op motor gaat  niet. Eerst moet de genua opgerold worden en het grootzeil strak in het midden. Dan met motoren aan terug op koers komen en grootzeil vieren. Snel ook de genua terug bijzetten want anders zijn we veel te loefgierig en draaien we steeds terug in de wind.

Voilà, wij terug wakker en alert. We trekken door tot Rupert Bay helemaal in het Noorden. Domenica is niet het zeil vriendelijkste eiland. Er zijn niet veel goede ankerplaatsen en toerisme staat hier op een laag pitje. Het is een dood arm eiland. Het contrast met Martinique kon niet groter zijn. Domenica heeft haast geen stranden en dus blijven de ontwikkelaars weg. En wie gaat er nu naar de Caraïben om te gaan wandelen? Wel wandelen is hier top. Beste van al de eilanden. Heel dicht en gevarieerd regenwoud hebben ze hier. Dit eiland bestaat uit 14 vulkanen en het heeft 365 rivieren. Daar alleen al ben je een jaartje zoet.

We komen ook nog oude bekenden tegen van de RIDS rally en al gauw zijn we met tien om een eiland toer te maken. Heel armtierige huisjes zien we. Wel een overweldige natuur. We trekken ook nog door de Carib Teritory waar nog zo'n 3000 indianen wonen. Ze hebben daar een reservaat gekregen en moeten nooit grond betalen om te wonen. Mooie mensen zijn het. Maar ze dreigen stilletjes te verdwijnen door ras vermenging. Carib vrouwen huwen liever met een Afrikaanse man omdat dat mooie kinderen oplevert en ze hebben een betere toekomst. De chief probeert dat tegen te houden met enkele regels. Een Carib vrouw die huwt met een neger vliegt het reservaat uit. Een Carib man die een negerin huwt die mag blijven. Het is maar tijd winnen want van de ras zuivere Carib, daar zijn er al niet veel meer van.

We wilden ook graag nog een van die fameuze wandelingen maken maar we zijn nu al 3 dagen aan de boot gebonden door héél véél wind. Het blaast vlagen soms tot 30kn op onze anker plaats. Enkel morgen (vrijdag) is er een weersvenster en dan gaan we verder naar Les Saintes. Ons 6.8kg alu Fortress anker bijt stevig in het zand. Is kompleet verdwenen. Helemaal op ons gemak voelen we ons niet en dus zet ik met de dinghy een tweede anker uit (Rockna 25kg). Ze liggen beiden in een grote V voor ons.

We zien tal van boten  vertrekken om ze dan wat later terug te zien komen. Wat  bezielt iemand om met dit weer te vertrekken. Je mag winden van 40 zelfs tot 50kn verwachten aan de acceleratie zone van het eiland. Ons niet gezien hoor. We volgen trouw onze meteo informatie (Windguru, Ugrib en SSB net van Chris ook op internet te volgen https://my.dimdim.com/caribwx/ )

Internet hebben we hier via hothothotspot. Betalend weliswaar.

En terwijl ik dit schrijf is een vrachtschip losgeslagen en verdwijnt het in de Caribische zee. Ze blijken hun motor niet te kunnen starten. De 'Eendracht', Nederland schoolschip en driemaster, is hier ook. Het is het enige schip dat misschien in  staat is het vrachtschip te gaan slepen maar tegen deze wind op zal het een hele karwei zijn.

Nog wat uitleg bij de laatste foto voor de techneuten en bootmensen. Energie aan boord daar moeten we zuinig mee zijn. De zonnepanelen (7 X 32W) en de windmolen (max 25Amp) zijn niet genoeg om de batterijen vol te houden. We moeten dus 's morgens en 's avonds de generator telkens een uur laten draaien. Dat gaat zo, de omvormer put uit de 144V bank en houdt de huisbatterijen (12V) altijd op 100%. Als de generator start dan levert die 45Amp aan 175V, dus 7,8kW. We stoppen de generator als hij onder de 10Amp (1.75kW) komt anders gaan die laatste Ampères veel diesel kosten. Dat is dus 2 X 3kW of een  dag totaal van 6kW. Grootste slokkoppen van energie zijn onze twee water gekoelde ijskasten (2 X 8Amp X 24uur X 12V = 4.6Kw)

Hier in de Carieb is het 12 uur licht maar voor de zonnepanelen is dat maar een goede 8 uur. Helaas is het ook vaak bewolkt en volledig windstil, vooral 's avonds, 's nachts en 's morgens dus daar heb je ook niets aan. Op de RIDS rally hebben we ook vaak mensen zien sukkelen met energie. We kunnen iedereen met een boot dus warm aanbevelen toch in de beurs te grijpen voor een generator.

Green Motion, de nieuwe generatie Fastcats kookt zelfs elektrisch.  Ik ben benieuwd hoe die energie balans gaat uitdraaien.

Typisch creoolse kleuren heeft de kleding hier. We versieren een pakje voor ons nog ongeboren kleinkind

Hoe noem je dit, een blanke rasta man op een elektrische driewieler met GSM in de hand ???

Links, de tuin van Fort Napoleon, rechts, we hebben geluk en zien een leguaan.

Prachtige modellen zijn hier blikvanger. De hele geschiedenis is te zien of hangt aan de muur.

Met scooter aan Grande Anse, Rechts, Pain du sucre rots waar we ook nog een nachtje ankeren en snorkelen.

Dit huis ligt aan "Pain du sucre" een rots als schiereiland. Op die schier een huis met zowel in de voortuin als de achtertuin zee. Pracht locatie.

De bodem is hopeloos voor het anker. Ik vind twee afgesneden mooring lijnen en verleng die zodat we ongezien toch aan een mooring hangen.

Onderwater foto's niet ver van de boot.

 

22/01/11 English Harbour (Freemans bay) Antigua

Yep, we zitten al in Antigua maar eerst het verhaal van Les Saintes, en Guadeloupe.

En het is een mooi verhaal in die zin dat we voor het eerst een vakantie gevoel hebben. De tocht naar Les Saintes verliep vlekkeloos en snel. Les Saintes zijn een groep eilandjes net onder Guadeloupe. Ze zijn op en top Frans en blank. Het is er proper, netjes, kleine huisjes mooi geschilderd en toeristisch. Er zijn maar 5 kleine hotels maar de meeste toeristen worden 's morgens gedropt door ferry's om dan 's avonds weer opgehaald te worden. We huren een scooter voor 20€ en rijden het hele eiland af. Wie snel is kan dat 2 keer doen op 1 dag. Geen weg hebben we overgeslagen. We bezoeken ook Fort de Napoleon. Dit fort is nog in perfecte staat en herbergt een mooi museum waar we ogen te kort komen. Buiten hebben ze er een cactus tuin van gemaakt waar met wat geluk ook grote leguanen te zien zijn.

Wij laten ons verder meeslepen door de ongedwongen levensstijl die de mensen hier hebben en genieten volop van dit eiland. Vlak naast de boot is het ook prachtig snorkelen. Wat wil een mens nog meer.

 

 Van Les Saintes naar Guadelope is maar een boog scheut. In 4 uurtjes is de klus geklaard. We kiezen voor halfweg Westkust nabij Pigeon eiland omdat daar prachtig kan gedoken worden. Er is namelijk een marine park dat Cousteau noemt. Hoe kan het anders.

De baai waar we liggen is een echt tochtgat. Guadeloupe is wanwege zijn vorm en bergen bekend voor zijn winden die ,zoals de pilot boek het zelf zegt ,vaak meer doen denken aan de roaring 40's dan aan bleu water sailing. En we zullen het geweten hebben als er 's nachts een storm overkomt met valwinden die tot 35kn blazen. Van slapen is er niet veel in huis gekomen. We stonden continue stand by met motoren in aanslag voor als we zouden gaan krabben. Dat is gelukkig niet gebeurt dus dikke proficiat aan ons Fortress anker.

Nog eens een nachtje daar blijven zat er niet meer in. Wij ondernemen het snode plan om zelf naar Pigeon eiland te varen en daar een mooring te pakken om even te gaan snorkelen. De mooring boei was OK alleen hebben ze die verdomd dicht tegen de rotsen gelegd. De rotsen zijn stijl en we hebben plenty water onder de boot maar zo'n 10 meter verwijderd van de wand gaf ons dan ook weer geen prettig gevoel. Martje zag het al helemaal niet zitten om alleen op de boot te zitten terwijl ik zou gaan snorkelen. Dus dan maar weer los gegooid om verder te trekken naar haast het Noorden van Guadeloupe, Deshaies.

Hier zouden we even blijven en een autootje huren. Mis, alweer krijgen we een onrustige nacht met felle windstoten en we durven het de volgende dag niet aan om de boot zo maar alleen te laten achter anker. Dus plan opgeborgen, we trekken naar Antigua. Guadeloupe gaat dus aan ons voorbij en we onthouden 2 woelige nachten.

Windguru en Ugrib zijn het eens. We zullen 16kn wind krijgen. Jazeker, maar dat is dan zonder Guadeloupe gerekend. Het eiland doet nog maar eens zijn illustere naam eer aan een wind vang te zijn. Wij krijgen in de eerste helft van de tocht wind tot 30kn over ons heen. Alle zeilen in 2de reef met wind op 50° gaan we nog 9kn door het water. En sneller moet het echt niet want niet de wind maar de golven maken het een zware tocht. Een brekende deining van zo'n 4 meter ook op 50° laat ons alle hoeken van de kamer zien. Een Lagoon achter ons zeilt ongereeft en haalt ons in maar dat  liedje blijkt niet lang te duren als wat later alle zeilen neer zijn en hij op motor de aftocht blaast. Iets kapot misschien, zou me niet verwonderen.

Gelukkig laat Guadeloupe ons dan toch los zo halverwege en krijgen we de beloofde 16kn wind. We laten de zeilen voor wat ze zijn want de golven die blijven lekker hoog. We gaan nog steeds 6 à 7kn en dat is OK voor ons. Tijd zat om tijdig aan te komen.

Dat we tijdig aankwamen is nog een geluk ook, als blijkt dat Freemans bay in Antigua een verdomd slechte ankergrond heeft. Tot 6 keer moeten we herankeren en ons vertrouwen is niet groot. Dus begin ik ook nog een tweede anker uit te zetten. 6 uur zijn we met dit alles zoet en we liggen vast als het al donker wordt. Je kan dus spreken van een zwaar dagje.

We boeken hier voor 5 dagen want voor alles moet hier betaald worden. Een "Entry fee", een "Cruising permit" en een dag verblijf tax. 50$US.

Ik vertel later het verhaal van Antigua.

Zo vangen we tegenwoordig water op. De boot zelve is watervang. Werkt prima en is wind bestendig.

Prees ik in het vorig verhaal een generator aan dan wil ik nu kwijt dat je echt geen watermaker hoeft te hebben. De onze, eentje van zo'n 5000€ heeft vijf maal 60L gemaakt en toen brak er een krukasje van de booster pomp. Dat is 16,6€ per liter !!!!!! We hadden beter 300L wijn gekocht en nog goede ook.

Watermakers worden aangeprezen voor mensen die een oceaan gaan oversteken maar zeg nu zelf, gaat u uw water bilan opmaken aan de hand van een technisch tuig dat stuk kan gaan. Neen dus. Wij hadden 2 X 160L in de tanks en 20 bussen van 5L bronwater. Met 4 hebben we de oceaan overgestoken en hadden nog plenty water over na 14 dagen. We hadden het een maand kunnen volhouden. Bovendien is er altijd nog hemelwater.

Van dat laatste leven we nu constant. Regen zat hier in de Carib. Dus hier met eilanden op dag afstand heb je al helemaal geen watermaker nodig.

Bespaar u dus die kosten en koop er een lekkere wijn voor.

Links, we vonden de mooring aan Pigeon eiland toch wat te dicht voor onze zenuwen. Dus wegwezen hier. Zie verhaal vorige editie. Rechts, dineren met de dinghy, makkelijk zat niet?

Links, idem hierboven. Rechts, wat ze hier met palm bladeren doen is verbazend.

Sheirly hights is een pracht wandeling en zeer bekend voor de zonsondergang. Zo bekend dat we er niet alleen waren. BBQ, drumband, crafts art en natuurlijk de zon.

En daar gaat ze. Alweer een dag weg in ons leven. Rechts onze ankerplaats in Freemans bay, wij liggen tweede vooraan.

Zelfde foto maar dan panoramisch.

Een van de (nep) kapstaanders die dienden om de schepen plat te trekken (careening). Rechts, heb wel eens gelezen van mensen die de oceaan over roeien. Wel hier zo'n bootje. Moedige mensen.

Alles hier is prachtig gerestaureerd. Rechts, aan deze palen werden de zeilen gebonden om te herstellen.

Piep kleine geel borstjes die erg frank zijn. Ze komen aan de ketchup en mayonaise flessen likken. We zien hier ook kolibries maar die zijn zo snel dat ze niet te fotograferen zijn.

Geniet mee van dit restauratie werk. Vroeger een 'Copper and Lumber house' koper en hout dus, nu een restaurant en hotel.

Nog zo'n mooie. Rechts, wij aan de kade.

Een strategische kanonplaats aan de ingang van de haven. En rechts, het obligatoire kanon.

Tegenwoordig noemen ze dat het 'Kruitvat', toen een kruit bunker. Rechts, alweer een mooi gebouw met kanon. Ze hebben er hier zoveel dat ze als tuin ornament gebruikt worden.

Rechts een detail hoe de schepen plat getrokken werden. Eerst moest alle ballast en kanonnen eruit. Moet een gigantisch werkje geweest zijn. Overigens, de ballast bestond voornamelijk uit bakstenen voor het bouwen van de forten en ze gingen terug met suiker, rum en lavasteen.

De bouwers van dit oud schip leven al lang niet meer. Wat zouden ze schrikken als ze de moderne monsters op de achtergrond zouden zien. Rechts, Antigua is ook de plaats van de mega yachten maar af en toe gaat het ook voor hen mis. Deze brak zijn mast. Een prijskaartje dat je niet wil weten.

Een Belgisch schip maar iedereen sprak Engels. Rechts, een half gerestaureerde mega villa van toen. Wij lagen even privaat aan hun steiger.

Hey, weer een kanonnetje gevonden. Zo maar in het wild. Rechts, de marina van Nelson's dockyard.

Onze Belg in actie op een kleine regatta. Rechts, mooi strandje in Falmouth harbour.

Onze privé steiger, lekker gratis maar na drie dagen was het uit met de pret. We vlogen weg. Onze boot heeft een knikje maar dat komt door het samenvoegen van twee foto's.

De crème de la crème in Falmouth harbour. Merk het dwars getuigd schip waar ik al wel eens iets over gelezen heb in de magazines. De zeilen rollen vertikaal in de mast !!! vanaf het midden. Niets van dit schip is standaard en het blijkt een van de duurste in zijn categorie te zijn.

02/02/11 English Harbour Antigua

En zo zijn we aangekomen bij het verhaal van Antigua. Door vele mede zeilers aangeprezen als een MUST en ze hebben gelijk. Het is hier goed toeven en er is veel te zien en te beleven. Beleven, vooral omdat Antigua bekend en beroemd is voor zijn vele regatta's. Vooral de klassieke regatta moet iets moois zijn.

English harbour, waar we nu al een tijdje zijn, heeft een rijke geschiedenis. De ingang is smal en heeft riffen aan beide kanten. Van op zee zie je de ingang niet en dat was even zweten als je zo recht op de rotsen afgaat. Deze eigenschap hebben  de Britten destijds ten volle benut. Met forten aan beide kanten werd English harbour een niet te veroveren veilige haven. Meer nog, de haven bodem was van die aard dat hier schepen konden hersteld worden door ze aan de masten plat te trekken. (careening genaamd in het Engels).  Iets waar de Fransen voor naar Europa moesten gaan. Dat alles maakt dat het hier destijds een grote scheepswerf was met vele gebouwen.

Gelukkig zagen de lokale mensen in dat hier een toeristisch parel te rapen was en ze hebben de plaats prachtig gerestaureerd. Meer nog, alle gebouwen hebben een functie vandaag zodat er in geleefd wordt en dus het onderhoud continue doorgaat. Een soort Caribisch Bokrijk.

En dat zullen we natuurlijk geweten hebben. 5 dagen hebben we ook in de marina gelegen om eindelijk het schip eens te kunnen kuisen met zoet water. Maar in St John's, de hoofdstad liggen dagelijks 2 to 4 cruise schepen en u raad het al, met zijn allen naar Bokrijk. Dat maakt dat er alle dagen een defilé van bleke misvormde voornamelijk Amerikanen onze boot passeerde en soms waren ze zo vrij om te vragen of ze niet op de zwemtrap mochten zitten voor een foto. We hebben nooit neen gezegd. Gelukkig na 17uur was de show over en hadden we weer rust. Nu ja rust, het zijn allemaal brave mensen hoor. Meer een rusthuis zo'n cruise schip.

Er zij ook prachtige wandelingen te maken en dat hebben we dan ook gedaan. Neen, echt, niks mis met Antigua. De rest van het verhaal onder de foto's.

 

 

13/02/11 English Harbour Antigua

Dat we hier zolang rondhangen heeft een goede reden. U las het misschien al op de start pagina maar we hebben de African Seawing onder de vlag van Antigua geplaatst. Dat gaat hier niet anders dan een firma op te richten en de boot aan de firma te verkopen. Uiteraard zijn wij de enige directeuren van de firma met gelijke aandelen en is de boot dus nog steeds onder onze controle.

Waarom we dat deden heeft meerdere redenen. Ten eerste onze jaarlijkse kost is nog maar een kwart van wat we in Madeira moesten betalen. Ten tweede volgend jaar moest er weer een veiligheidscontrole gebeuren en de MAR (Madeira registratie) doet dat met zijn eigen agenten. Dus het vliegtuigticket en hotel van die man waren voor onze rekening. Dat vonden we er wat over. Ten derde, we hebben wat meer rechtszekerheid, in zoverre dat mocht ons juridisch wat overkomen voor wat voor reden ook en we zouden grote schadeclaims moeten betalen dan waren we vroeger zeker de boot kwijt. Dat kan nu niet meer. En een vierde goede reden is dat geen van beide partners de boot alleen kan verkopen. Verder aan toevoegen dat Antigua registratie niet op de zwarte lijst staat van registratievlaggen maar op de witte. U vindt meer op noonsite hierover.

Hier in Antigua moet er geen safety inspectie gebeuren voor privé yachten zonder commercieel doen. Dus ik mag niet charteren maar was dat ook niet van plan. De firma zelf krijgt 50 jaar lang een tax free statuut en dus moet er ook geen boekhouding gehouden worden. Dat maakt alles hier heel simpel.

Registratie in Madeira heeft bijna een jaar geduurd en was schrikkelijk duur. Hier was op 48 uur de firma gesticht en nog eens 48 uur later waren we voorlopig geregistreerd. Voorlopig want nu moeten we eerst de-registreren in Madeira en wat dacht je, het bureaucratisch Portugal doet alweer moeilijk. Notaris stuff enzo.

De plannen van de African Seawing veranderen ook maar steeds. Veel heeft te maken met het feit dat we grootouders worden en al ben ik dan niet zo'n familie man, Martje is dat des te meer. Het plan nu neigt meer en meer naar een 6 maanden Belgïe, 6 maanden Caraïben. Gelukkig is het bij ons juist zomer als het hier orkaan seizoen is en kunnen we dus altijd in goed weer leven. Voor mij al zeker geen winter voor de komende tijd.

Voor vrienden is het goede nieuws dat de African Seawing steeds op zoek zal zijn naar actieve niet betalende of betaalde crew. Dus daar valt wel wat te organiseren. Tenslotte zijn de Caraïben niet de slechtste plaats op de wereld om wat te gaan zeilen nietwaar. Je bent slechts een vliegtuigticket verwijderd van het zeil walhalla.  Gegadigden mogen al beginnen dromen en schrijven. Zie Contacts

 

 De vlag van Antigua. Van ver op een boot lijkt het wat op een zak frietjes en dat past dan perfect bij ons Belgen. Neen, alle gekheid op een stokje, het is een frisse vlag. Het stelt de symbolen voor waar dit eiland voor staat, nl. de rode aarde, witte stranden, blauw water en de immer aanwezige zon.

 

Dit is het 5 mijl lange spierwitte strand van Joly harbour. Het mooiste turquoise water dat we ooit zagen tot nu toe. Morgen verkassen we want hier in Nelson harbour is het water niet zwembaar.

21/03/11 Jolly Harbour Antigua

't Ja, ik heb het weer wat laten afweten met de blog waarvoor excuses.

Maar alweer zit er niet veel zeilverhaal in als je geparkeerd ligt in de marina. Ons grootste wapenfeit hier is de vervanging van onze 12 aandrijvingbatterijen. De 4 jaar oude Lifelines hadden het voor bekeken gehouden en dus was er werk aan de winkel. De nieuwe batterijen zijn tractie batterijen die in golfkarretjes gebruikt worden en hadden een iets andere maat waardoor er ook nog wat glas/epoxy werk bij kwam kijken. Maar alles is goed en wel verlopen. We kunnen er weer even tegenaan. Verder nog wat pruts werkjes links en rechts. Het moet van mijn hart (hout vast houden) dat de boot nu redelijk stabiel is wat pech betreft. Alles lijkt te werken. Meeste werk gaat nu voornamelijk naar onderhoud en opsmukken van cosmetische slijtage.

Verder nog vertellen dat Martje weer in België is sinds 16 maart en dat Marc (van de Atlantische overtocht) mij komt vervoegen op 26maart. We gaan als het goed is even van de BVI's (British Virgin Islands) snoepen om dan de boot terug naar Grenada te brengen alwaar ze voor het orkaan seizoen op het droge gaat. Ik kom half mei naar België tot einde september.

We gaan een tijdje grootouders spelen want als alles goed is komt onze kleindochter ter wereld half april. Ik ken de naam maar mag het niet verklappen.

Dus, u krijgt nog een zeilverhaal binnen kort maar dan zal het lang stil zijn vrees ik.

In België ga ik de website ombouwen tot iets interactiefs. Dat wordt een hele klus als je weet dat de site al meer dan 4 jaar bestaat en mocht je hem afdrukken zou het al een uit de kluiten gewassen boek zijn. Beloven doe ik niets maar ga mijn best doen. Moet toch iets om handen hebben daar in ons kikkerlandje.

 

17/04/11 Pricly Bay (Grenada)

Hier eindigt het Caraïben verhaal 2011. In grote mate uitgevoerd met Martje en de laatste loodjes met Marc Couwenbergh. Ik dank Marc in het bijzonder dat hij Martje heeft kunnen ontlasten van die taak. Zoals u zal lezen in zijn verslag zijn de Caraïben niet wat de folders u willen laten geloven. Dit is best een grillig zeetje. Met winden tot 40kn en dan soms geen wind, golven van 4 meter en dan weer plat als een spiegel, met loodzware zon om dan weer hemelwater uit te storten, met valwinden of acceleratie winden die uit het niets lijken te komen, en dan altijd de wind uit verkeerde hoek zodat steeds weer scherp moest gezeild worden met alle gevolgen van dien, neen, geen gemakkelijk zeetje maar wel mooi en de moeite waard.

De ASW heeft het allemaal doorstaan en er zijn geen noemenswaardige pannes geweest. Er breekt een touw (zie Marc's verslag) en we ontdekken ook dat het rolsysteem van de genua weer stuk is. De drie schroeven op de trommel zijn verdwenen. Met een noodbout herstellen we wat we kunnen maar reven zit er niet meer bij. Dat maakt dat we op gegeven moment met een wind van 35kn te maken krijgen met 100% genua. Klamme handjes dus. Het enige wat we kunnen doen is nog scherper varen om de druk uit het zeil te halen zodat niet nog meer stuk gaat. Het moet wel zo want de ASW kan niet scherp varen met enkel grootzeil en Panama was niet ons reisdoel.

De boot gaat op 3 mei op het harde in Grenada marine. Ik keer naar België op 12 mei. Zal dan al grootvader zijn als God het belieft. Ik keer terug half September en ga dan weer een paar maanden klussen op het droge. Rond die tijd valt misschien een belangrijke beslissing. Een boezem vriend, leger schoolkameraad (3jaar intern) stopt ook met werken en plant een wereld omzeiling met zijn boot Genesis die in Port Elisabeth (ZA) afgemeerd ligt. Hij wil/wou dit solo doen zoals hij ook al solo de Atlantische omzwerft heeft. Als ik hem voorstel om dat met de ASW te doen lijkt dit plan hem niet ongelegen. Een derde schoolkameraad (zelfde school, zelfde klas)  is ook aan stoppen toe en ziet een stuk meevaren best wel zitten.

En zo komt misschien een vreemd verhaal tot stand waarbij 3 boezem vrienden elkaar uit het oog verloren tijdens hun carrières om dan weer samen te komen wanneer ze op rust zijn en de draad der kameraadschap weer op te pikken. Allen werden we vreemd genoeg zeilers. Is dit toeval of voorbestemdheid ? Ik duim van harte dat het mag doorgaan.

Hier onder Marc zijn verslag met grote dank. Zo hoort u het verhaal eens van een ander en ben ik even ontlast van deze taak. Veel leesplezier.

 

Met de African Seawing in de Cariben

Maandag 28 maart 2011

Aankomst Antigua

Aankomst in de avond op de African Seawing die afgemeerd ligt in Jolly Harbour op Antigua. Frank heeft een heerlijke, zelfgemaakte pompoensoep voor me klaar staan. Doel van mijn komst is om met Frank het schip naar Grenada te zeilen. 

Dinsdag 29 maart

Antigua

Deze dag doen we rustig aan zodat ik de jetlag de baas kan worden. We lunchen bij een resort aan het strand. Aan het eind van de middag gooien we los. Eerst nog diesel tanken en dan kiezen we een ankerplaats bij de ingang van het kanaal naar Jolly Harbour. De volgende dag willen met het eerste licht vertrekken naar Barbuda, dat zo'n 25 mijl ten noorden van Antigua ligt. 

Woensdag 30 maart

Van Antigua naar Barbuda

De eerste oversteek van Antigua naar Barbuda laat me meteen kennismaken met tal van aspecten van het zeilen in de Carieben. Aan de lijzijde van het eiland varieert de wind volop in kracht en richting. Soms is het bijna windstil, dan zorgt een valwind van de bergen ineens voor bijna 25 knopen wind. Aan de uiteinden van een eiland moet je ook rekening houden met een forse toename van de wind, de zogenoemde acceleratiezone, omdat de wind die vrij over de oceaan aankomt ineens opbotst tegen de eilanden en zich een weg er omheen en er overheen gaat zoeken. De golfslag wordt er ook knobbelig, omdat ook de grote oceaangolven zich door het gat tussen de eilanden moeten persen.

De wind waait uit de noordoosthoek, dus moeten we scherp aan de wind varen. Niet zo hoog als een scherp jacht, maar de African Seawing zeilt tot 60 graden uitstekend aan de wind. Naar mate we dichter bij Barbuda komen, moeten we gaan opletten. Het eiland steekt nauwelijks boven zee uit en de pilot waarschuwt dat je het pas ziet wanneer je erboven op zit. Aan de zuidkant loopt een groot rif, dus het is zaak om scherp te navigeren. De elektronische kaarten van de Raymarine, die ook steeds de positie van het schip weergeeft met de actuele course-over-ground als een groene streep, maakt de navigatie wel een stuk eenvoudiger en veiliger. We arriveren keurig rond middaguur, zoals de pilot adviseert. Met de zon hoog boven ons kun je de ondiepten in het water beter zien. Naarmate de turquoise kleur van het water lichter wordt, wordt het ondieper. Maar donker gekleurde vlekken in het turquoise kunnen ook duiden op rotsen of koraal.

Zonder problemen bereiken we de ankerplaats die aangegeven staat in de pilot en weldra heeft het anker zich goed in de zandgrond in gegraven. Alleen blijft de wind stevig doorwaaien met zeker 20 knopen. Geen weer om met de kleine dinghy naar het rif te varen om daar te gaan snorkelen, wat Frank zijn plan was. Helaas. We zwemmen rond het schip en gaan druk in de weer om het onderwaterschip schoon te maken. De weken stil liggen in de marina heeft voor zoveel aangroei gezorgd ook op de schroeven, dat de boot niet de voorstuwende kracht heeft die normaal is. Doordat ook de roeren zijn aangegroeid, is er een kleine afwijking in stand tussen de twee bladen. De volgende dag zal blijken dat het schoonmaken het gewenste resultaat heeft.

Op de ankerplek liggen oude bekenden van de African Seawing: de Minnie B. van Phil en Norma Heaton. Frank nodigt hen en hun Engelse vrienden uit voor een borrel aan boord van de African Seawing. Zo zitten we met een gezelschap van negen man gezellig te drinken terwijl de zon in de zee achter ons ondergaat. Vlak boven de horizon is er zoveel vocht in de lucht dat we de zon niet echt in de zee zien zakken, de zogenoemde 'green flash'. Maar het blijft een prachtig schouwspel, waarbij de kleuren in de lucht en wolken van minuut tot minuut veranderen.

Donderdag 31 maart

Barbuda

In de hoop dat we aan de westzijde van het eiland meer beschut liggen, vertrekken we de volgende ochtend voor een kleine zeiltocht langs het eiland. Opnieuw is het opletten voor riffen en ondiepten, maar omdat de African Seawing niet diep steekt, maakt Frank zich niet gauw zorgen, ook al laat de dieptemeter het meestal afweten.

Als we net het anker hebben laten zakken, staat een jongen op het strand te roepen en Frank interpreteert het als dat we op een verkeerde plek liggen, namelijk in een stuk wat gereserveerd zou zijn voor kitesurfers, waarvan er één inderdaad vervaarlijk dichtbij op en neer vliegt. Dus halen we anker op en gaan we door naar een plek vlak voor het hotel dat daar aan het strand ligt. Als we hier voor anker liggen, komt dezelfde jongen eraan weer even luid roepend. Ik krijg het vermoeden dat hij ons alleen maar een uurtje of wat kitesurfen wil aanbieden. Als Frank later met de dinghy naar het strand gaat om de douanezaken te regelen, komt de jongen, ditmaal in een snelle dinghy op hem af en blijkt hij inderdaad van alles aan te willen bieden.

Op het eiland regelt Frank dat we de volgende dag een excursie kunnen maken naar het reservaat met Fregat-vogels. Grote, zwarte vogels met opvallend grote, maar smalle, gehoekte vleugels. Na de albatros zijn het de beste zwevers, weet Frank te vertellen. Het lijken vogels  uit een oerverleden. Ook de anderen van het gezelschap willen de vogelexcursie gaan doen en kort na ons ankeren zij ook weer bij ons in de buurt. Aan het eind van de middag maken Frank en ik een strandwandeling. Barbuda is het enige eiland in de Carieben dat 'nee' heeft gezegd tegen de ontwikkeling van massatoerisme. Er is geen privaat landbezit, dus niemand kan ook een stuk grond verkopen aan een projectontwikkelaar. Het bestuur van het eiland heeft het laatste woord. Toch zien we naast het hotel vlaggen en borden die aangeven dat hier percelen te huur zijn op de nu nog ongerepte strook strand en struikgewas. Het hotel is de enige bebouwing op deze smalle landtong van nauwelijks honderd meter breed tussen de zee en een grote lagune die het eiland voor de helft in twee stukken deelt. Wij lopen over het smalle strand dat op een enkele toerist na, afkomstig van de voor anker liggende schepen, helemaal leeg is en eruit ziet als duizenden jaren geleden. De golven die op het strand lopen kleuren merkwaardig roze, paars. Je zou bijna denken dat het water ernstig verontreinigd is, maar de werkelijkheid is dat in de golven miljoenen kleine roze schelpjes voor die kleur zorgen. Je kunt ze nauwelijks pakken, want de schelpjes zijn niet meer dan een pikkeltje paars.

Vrijdag 1 april

Barbuda

Voor negen uur staat ons hele gezelschap, vijf mannen en vier vrouwen sterk op het strand klaar. En daar komt over de lagune die even woest golft als een echte zee, de gids met zijn snelle boot aan. Het is even zoeken naar de juiste gewichtsverdeling in zijn boot. Eerst allemaal achter in en één man voorin die zich aan het touw mag vasthouden: een positie voor Frank. Nadat de motor twee keer is stilgevallen, stuurt onze gids en schipper nog een tweede man naar voren. En dan kunnen we met een noodgang over het water scheuren. Het gaat in enkele grote bochten, want ook de lagune heeft blijkbaar zijn ondiepten. De ingang van het kanaal door de mangrovebossen aan het eind van de lagune, is aangegeven met een betonblok dat we nog altijd met hoge snelheid voorbij zien schieten. Zodra we het vogelreservaat naderen, gaat de snelheid eraf en heel rustig schuiven we dichterbij de vogels. Ouderen zweven boven ons hoofd, maar het meest bijzonder zijn de jongen die een witte ronde kop hebben en overal op de mangrove struiken zitten en rond kijken alsof ze nog steeds helemaal niet snappen wie ze zijn en wat ze hier doen.

De gids vertelt dat binnenkort, eind april, begin mei, de mannetjes hun vrouwtjes en kroost hier achter laten en naar de Galapagos Eilanden vliegen, vooral zwevend op hun grote vleugels en gebruik makend van de passaatwind die naar het westen blaast. Op de Galapagos wacht ook weer een kolonie vrouwtjes en daarmee maken de mannen een nieuw nest. Nog voor dat de nieuwe kids op de Galapagos groot zijn, gaan de mannetjes weer terug naar Barbuda en zo pendelen ze heel hun leven, ze kunnen zeker 50 jaar oud worden volgens de gids, tussen hun twee leefwerelden en vrouwen heen en weer.

In een struik zien we mannetjes die hun rode keelzak opzetten om vrouwtjes te imponeren. Het rood steekt fel af tussen al het groen van de struiken, maar doordat het te ondiep is, kunnen we niet dichterbij. Door de felle zon zie je niets in de display van de camera, zodat het fotograferen grotendeels op goed geluk gaat.

In het water wijst de gids op een ander bijzonder natuurfenomeen: op hun kop zwemmende kwallen. Die doen dat omdat in hun tentakels een plant groeit. Doordat de kwal zich omdraait, krijgt de plant het meeste zonlicht en groeit dus het beste. Een opvallende vorm van samenwerking in de natuur.

Op de terugweg vaart de gids ook langs een kleine kolonie met pelikanen. Ook daar zitten de jong boven in de mangrovestruiken te wachten tot de ouders met eten komen. Deze pelikanen zijn overigens niet wit met een grote gele snavel, maar hebben een lichtbruinig verenpak en zwarte snavel in de karakteristieke vorm.

De gids zet ons vervolgens af bij het dorp/hoofdstad van Barbuda waar we een kleine wandeling maken langs een apotheek, bank en uiteindelijk belanden bij een opvallend schoon café van Janet. Op onze vragen laat ze weten dat zij wel graag zou zien dat er meer toeristen  naar Barbuda zouden komen. Met de enkele toerist die er nu komt en de lokale bevolking blijft haar omzet beperkt. Terug naar de boot die ons weer over de lagune gaat varen, wordt er gegeten bij een stalletje langs de weg die curry met vis of vlees in de aanbieding heeft.

Voor het avondeten hebben we kreeft, die Frank besteld heeft bij onze gids en schipper.

Omdat we morgen allemaal weer een eigen weg gaan, nodigt Minnie B het hele gezelschap uit voor een borrel voor het avondeten. Norma adviseert me op de tocht naar Grenada zeker Tobago Cays aan te doen. Dat moet zo mooi zijn en er zwemmen volop schildpadden.

De aanvankelijke plannen om naar de Virgin Islands, of naar Sint Barth te gaan, hebben we inmiddels geschrapt. Het wordt tijd om naar het zuiden te gaan en het plan is dat om van eiland naar eiland te zeilen tijdens het daglicht. Omdat we daarbij ook weer langs Antigua komen, lijkt me wel leuk om daar de beroemde Nelson Bay te zien, door de Engelsen in de achttiende en negentiende eeuw gebruikten als marine basis voor het onderhoud van hun vloot in de Caribische Zee. Er konden schepen schuin getrokken worden om de onderkanten schoon te maken en waar nodig te vernieuwen. Daarvoor hoefden ze dus niet terug naar Engeland.

Zaterdag 2 april

Van Barbuda naar Antigua

Zodra de zon opkomt, lichten we het anker en zetten koers naar Antigua. Zonder problemen weten we de riffen te passeren en open zee te bereiken. Nu we de wind van achter hebben, zeilt het een stuk comfortabeler en met ruim 7 knopen snelheid gaan we over het water. Omdat Nelson Bay druk kan zijn en bovendien lastig aan te lopen is, kiezen we weer voor Jolly Harbour. Eenmaal daar afgemeerd, haast ik me naar het strand om nog even te zwemmen voor de avond valt. 

Zondag 3 april

Antigua – English Harbour

Na een ruim zondagsontbijt vertrek ik goed 8 uur om met een busje naar English Harbour te gaan. Alle buslijnen opereren vanuit de hoofdstad, zodat ik daar moet overstappen. De busjes zijn de kleine Japanse busjes die overal over de wereld voor dit soort transport worden gebruikt. De busjes zijn particulier, maar de busdienst is door de overheid georganiseerd en elke bus heeft op de vooruit het nummer van de route die de bus rijdt. Er zijn geen vaste vertrektijden. De bus gaat rijden als die vol is. Omdat het zondagochtend is, de ochtend waarop iedereen op Antigua boodschappen gaat doen op de markten in de hoofdstad, raakt mijn bus naar English Harbour snel vol zodat we binnen vijf minuten al aan het rijden zijn. Rijden is overigens een wat eufemistisch begrip voor de racestijl van de buschauffeurs. Steeds weer geeft hij plankgas, ook al zie je dat je over honderd meter boven op je remt moet omdat er een vrachtwagen rijdt. De weg slingert over de heuvels en bergen van Antigua waar overal huisjes staan. Iets wat op landbouw wijst, zie ik niet, hoewel ik inschat dat er in dit klimaat met regelmatig regen toch wel iets te verbouwen moet zijn.

Het eindpunt van de bus is English Harbour dat sinds de jaren vijftig en zestig deels is gerestaureerd, zodat je een idee krijgt van hoe deze oude haven eruit heeft gezien en wat er allemaal gebeurde. Na een eerste verkenning tussen de gebouwen en voormalige werkplaatsen door, nu meestal een restaurant of een toeristenwinkeltje, zoek ik de klim naar de rots die de baai afsluit en waarop een oude vestingsmuur staat met nog één kanon. Nu de zon nog niet op zijn heetst is, lijkt die wandeling me aantrekkelijker dan in de middag. Aangekomen boven op de rots zie ik pas wat een bijzondere natuurlijke haven English Bay is. Van twee kanten sluiten de hoge rotswanden de baai af, zodat je alleen met een grote zigzag naar binnen kunt varen. Daardoor is de baai ook vanaf zee goed beschermd tegen wind en golfslag en eventuele vijanden. De Engelsen kwamen tot hun keuze voor English Bay nadat tijdens hurricanes in alle andere baaien van het eiland schepen waren vergaan, maar niet in English Bay.

Ik vind een zitplaats op een rots, een beetje in de schaduw van de vestingmuur, en blijf een tijdje over de zee uit turen. Onder me glijden schepen de haven uit om zodra ze uit de baai zijn hun zeilen te hijsen en koers te zetten naar de horizon.

Terug in English Harbour bezoek ik het museum. Even schrik ik want er zijn net busladingen toeristen van een groot cruiseschip gelost. Maar al snel blijkt dat die alleen in het winkeltje van het museum zijn geïnteresseerd en niet in het museum zelf! Dus heb ik het museum al snel weer voor me zelf plus een Engels stel met twee kleine kids die blijkbaar hier in de haven liggen. De oudste wil alles weten over oude ambachten van vroeger, de dodelijke malariamuggen die English Bay teisterden en veel slachtoffers onder de zeelieden maakten .  “Gaan wij dan nu hier ook dood?”, vraagt de oudste. Vader legt uit dat er gelukkig tegenwoordig medicijnen tegen malaria zijn en dat zij English Bay wel zullen overleven.

Op de terugweg wandel ik langs Falmouth Bay waar een verzameling van de grootste en duurste jachten ter wereld ligt. Bij de haven vind ik een bookshop met een enorm uitgebreide collectie boeken over alles wat met zee en zeilen heeft te maken. Helaas zijn de prijzen afgestemd op de schepen in deze haven. Een pocket dat thuis nooit meer dan 20 euro zal kosten moet hier 60 Amerikaanse dollars opbrengen. Enfin, dat voorkomt dat mijn plunjezak straks nog zwaarder zou wegen.

Goed 16 uur ben ik terug op de African Seawing en wat later verlaten we de box om weer bij de ingang van het kanaal naar de marina voor anker te gaan, zodat we morgen meteen kunnen vertrekken.

Maandag 4 april

Van Antigua naar Guadeloupe

Nog voor het echt licht wordt, zijn we allebei wakker zodat we een vroege start kunnen maken voor het eerste traject naar Guadeloupe. Van de zuidpunt Antigua naar noordpunt Guadeloupe is volgens de pilot 41,5 mijl. Omdat ons startpunt noordelijker is, hebben we zo'n 50 mijl voor de boeg. Aan het eind van de middag komen we aan in Anse a la Barque, een kleine ronde baai waar alleen de weg die er omheen loopt voor geluid zorgt. De valwinden die van alle kanten naar beneden komen, maken dat we aan onze ankerketting alle kanten op zwaaien. En er liggen overal kleine visserscheepjes aan moorings, die dus veel minder uitzwaaien alsook een verlaten zeiljacht. Ook de rotswand van de baai komt af en toe vervaarlijk dichtbij. “We zijn los”, roept Frank plots. Dat blijkt wel mee te vallen, maar we oordelen toch dat het raadzamer is een andere oplossing te kiezen: dat wordt een mooring wat verderop in de baai. Frank vaart het schip langs de mooring zodat ik op de laagste trap achterop de lijn door de lus van de mooring kan halen. Daarmee verzekeren we ons van een meer gedegen nachtrust. 

Dinsdag 5 april

Van Guadeloupe naar Dominica

Een stormachtige dag! Na aanvankelijk nog wat luwte van het eiland te hebben gehad in de vroege ochtend, is binnen één uur na vertrek alles anders. We krijgen een forse wind op kop en al zeilen we zo hoog mogelijk aan de wind, de koerslijn wijst de Caribische Zee in. De eilandengroep Les Saints is niet bezeild, maar we hadden al besloten die over te slaan om tijd te gaan winnen. Dat de wind fors is toegenomen, blijkt als met een knal de stuurboordgenuaschoot kapot gaat, gevolgd door een pandemonisch kabaal van de klapperende genua en het restant schoot dat tegen het schip slaat. We zijn er snel bij om de genua in te draaien waarmee de rust terugkeert. We brengen de bakboordschoot naar stuurboord en gelukkig zit er ook nog een extra groene lijn aan de schoothoek, bedoeld om de genua meer naar buiten te brengen, zodat we de genua weer goed getrimd kunnen krijgen. Als alles hersteld is, constateren we dat de koerslijn nog steeds ver de Caribische Zee in wijst en we besluiten overstag te gaan. Als we de slag terug maken, het gat in tussen Guadeloupe en Dominica en dus weer dichter bij Les Saints komen, overwegen we even gezien de harde wind die inmiddels 35 knopen bedraagt, om toch naar Les Saints te gaan. Maar omdat dit inmiddels lager wal is en je er tussen riffen moet laveren, vind ik het raadzamer weer koers te zetten naar het zuiden, naar Dominica waar we aan de oostkust in ieder geval weer een hoger wal hebben om aan te lopen. Dus gaan we weer overstag. Aanvankelijk blijft de wind zo hard waaien dat Frank er een hard hoofd in heeft om straks op de motor dichterbij de kust te komen om er een ankerplaats te bereiken. We besluiten dat het in dat geval wijzer is om uit de kust te blijven en de nacht door te zeilen. In storm ben je op zee altijd veiliger dan dat je een poging gaat doen om een onbekende kust aan te lopen, waar de wind in alle hevigheid van alle kanten kan komen. Maar zover komt het niet. Om 16 uur gaat de wind plots liggen en we maken er meteen gebruik van om direct dichter naar de kust van Dominica te komen nabij de plaats Roseau. Van ver komt er al een boatboy op ons af die een mooring aanbiedt voor een schappelijke prijs. Dat aanbod nemen we graag aan en nog geen uurtje later zitten we met een biertje en wat nootjes naar de ondergaande zon te kijken. 

Woensdag 6 april

Van Dominica naar Saint Lucia

Een dag zeilen van de vroege ochtend tot de schemering brengt ons opnieuw een heel stuk in de gewenste zuidelijke richting. De wind achter Martinique, het oorspronkelijke doel van deze dag, blijkt dusdanig te blijven waaien dat we het eiland voorbij zeilen met zo´n 6 knopen. We schatten dat we nog voor het donker het volgende eiland, Saint Lucia kunnen halen. Zo laten we de twee Pitons, twee opmerkelijk spitse bergen aan de zuidkust van Martinique achter ons.

Maar voor het zover is, duiken er dolfijnen naast de boot op. Even komen ze dichtbij kijken, maar ze tonen niet veel interesse in de boot en dartelen weldra al weer een flink eind achter ons. Toch mist deze ontmoeting met deze dieren zijn uitwerking op mij niet. Tijdens de oceaanoversteek heb ik er ook gezien, maar niet zo dichtbij als nu. Na de dolfijnen duurt het nog even voor we de luwte van de twee Pitons kwijt raken, maar als dat eenmaal zover is, pikken we de ruime passaatwind van de oceaan op en neemt de snelheid weer toe naar ruim 7 knopen. Saint Lucia komt nu snel dichterbij. Bij de aanloop van het eiland raken we in dezelfde koerslijn, bijna pal voor de wind, met een ander zeilschip dat blijkbaar ook naar dezelfde baai gaat, vlak achter de noordpunt van Saint Lucia aan de westzijde. Wij lopen iets harder en Frank koerst achter hen door om aan de hoge kant te komen. Maar we lopen ook niet zoveel harder dat we er snel voorbij komen en we dreigen ingesloten te worden tussen de uitlopers van rotsen en riffen van Saint Lucia en het andere zeilschip. De schipper van dat jacht doorziet onze lastige positie en geeft ruimte zodat we vrij blijven van de rotsen en meteen achter de hoek van de baai kunnen oploeven, om zo min mogelijk tegen de forse wind in te hoeven motoren. Nog ruim voor 18 uur ankeren we in de ruime baai met zicht op een groot hotelcomplex nabij het strand. Het is er druk met jachten, maar omdat we toch niet aan land gaan is het niet erg om wat verder van de kant te blijven. Er gaat wel 40 meter ankerketting uit.

Donderdag 7 april 

Van Saint Lucia naar Bequia

Nadat we weer met het eerste licht anker op zijn gegaan, zeilen we met zo´n 10 tot 15 knopen wind de baai uit en beginnen aan de tocht langs de oostkust van Saint Lucia. De bergen van Saint Lucia zijn minder hoog dan die van Martinique en dat merk je onmiddellijk aan de wind die hier wat minder wispelturig is. Maar ook de passaatwind blaast vandaag wat minder dan we gewend zijn. Kalm zeilend schuiven we Saint Lucia voorbij. In het zeegat tussen Saint Lucia en Saint Vincent nemen wind en golfslag direct weer toe en ook onze snelheid.

Opzij van Sint Vincent herhaalt zich weer de vraag: doorgaan naar het volgende eiland of een baai zoeken aan de oostkust van Saint Vincent? Dit eiland, dat wat natuur betreft zo mogelijk nog mooier moet zijn dan de andere eilanden, staat echter niet goed bekend bij de zeilers. Erg opdringerige bootjongens, diefstal en overvallen, maken dat de meeste schepen Saint Vincent liever voorbijgaan. Maar de wind blaast vandaag maar zuinigjes, zodat we vaak niet meer dan 5 knopen snelheid maken. Frank kent een mooie, kleine baai aan de oostkust die we als vluchthaven kunnen nemen, mochten we niet goed genoeg opschieten. De middag is al een eind gevorderd als we ter hoogte van deze baai komen, maar Frank vertrouwt erop dat we als we het eiland voorbij zijn wel weer voldoende wind pakken om een spurt te maken naar Bequia, dat op zo'n 10 mijl ten zuiden van Saint Vincent ligt. En inderdaad laat de wind ons niet in de steek. Halverwege de oversteek naar Bequia hebben we opnieuw een ontmoeting met een groep dolfijnen. Nu komen ze vlak voor de boot zwemmen, laten zich inhalen om op het laatste moment weer vooruit te schieten en daarbij soms even boven het water uit springen. Hoe ze zo snel kunnen accelereren is verbazingwekkend want je ziet geen afzet van een staartvin of zoiets. Het lijkt alsof ze een onzichtbare straalaandrijving hebben. Het is een kleine soort dolfijn met spitse snuit met een witte punt. Hun buiken zijn lichter en lijken wat roze te kleuren. Er zijn grotere exemplaren, maar duidelijk ook kleinere, jongere dieren. Ze draaien zich steeds half om zodat ze met een oog naar je kijken. Het lijkt alsof ze eindeloos met dit spel door kunnen gaan, maar als een grote dolfijn, die ook wat naast de boot bleef zwemmen omdraait, volgt de hele groep op hetzelfde moment. Weg zijn ze. Dit was wel even zoals de verhalen over dolfijnen altijd gaan. Ook de meeste verstokte nuchtere geest zal ervaren dat door een ontmoeting met dolfijnen, je begrip krijgt voor de bijna mythische proporties van deze dieren. Een bijzondere mate van intelligentie hebben ze zeker.

Vrijdag 8 april 

Van Bequia naar Union Island

We zijn inmiddels zoveel op het schema vooruit gelopen dat we het rustiger aan kunnen gaan doen. Doel van deze dag is Union Island waar we moeten inklaren, ons melden bij de douane, om ook toegang tot Tobago Cays te krijgen. We ontbijten eerst om dan op het gemak weer zuidwestwaarts te zeilen. En dat betekent dat we ook niet meer scherp aan de wind hoeven, althans de soms moeilijk te voorspellen invloeden van de eilanden buiten beschouwing gelaten.

We zijn nu aan de zogenoemde Windward Islands. Die naam hebben ze omdat in vorige eeuwen de Europeanen altijd vanuit het zuiden de Caribische Zee in zeilden. Wind en stroming van de overtocht van de Atlantische Oceaan brengt een schip namelijk altijd naar het noordoosten van Zuid-Amerika, of als je iets hoger stuurt naar de zuidelijke eilanden van de Caribische Zee. Deze eilanden strekken zich uit in noord-zuid richting in een halve boog naar het oosten. Met de overwegend oostenwind betekent het dat je in het beste geval de onderste eilanden van de boog alleen hoog aan de wind kunt aanzeilen. Als de wind iets naar het noordoosten draait wordt het snel kruisen.

Vanaf Antigua, ons startpunt om naar het zuiden te gaan, moesten we de bovenste helft van de boog doen en was de koerslijn dus zuid-zuid-oost. Omdat die dagen de wind juist ook regelmatig uit het zuid-oosten woei, was het dus toch vaak scherp aan de wind zeilen.

Voor de onderste helft van de boog naar het zuiden is de koerslijn juist zuid-zuid-west, zodat we de wind veel ruimer hebben en zelfs van achter omdat deze dagen de wind verkiest om uit het noord-oosten te waaien.

De aanloop van Union Island vergt een hoge mate van oplettendheid want al lijkt er volop ruimte tussen de verschillende eilanden in deze archipel, de werkelijkheid is dat er tussen de eilanden overal rotsen en riffen zijn, waarvan sommigen tot vlak aan de waterspiegel. Die zijn nog het snelst te herkennen omdat daar de golven op breken en een streep schuim precies aangeeft waar je niet moet zijn. Verraderlijker zijn riffen die tot zo'n meter of anderhalve meter onder het wateroppervlak steken. De elektronische kaart gekoppeld aan de gps, zodat de positie van de boot meteen zichtbaar is te midden van de opdiepten, maakt de navigatie simpeler dan vroeger toen je door dit soort wateren op het oog moest zeilen. Toch blijft het opletten want een behoorlijke sterke stroom, die tot 3 knopen kan oplopen, zet je zijwaarts weg voor je er erg in hebt. Maar het lukt om zeilend door het smalle 'kanaal' te laveren tussen twee riffen door van de twee eilanden, Union Island en Palm Island. Dicht bij Union Island is een gat in het rif en dat is de ingang van de baai tussen rif en eiland dat als natuurlijke haven van Union Island dienst doet, al lig je er recht in de wind die van de oceaan blaast. Het rif breekt echter de golfslag, zodat je er toch redelijk gerieflijk kunt liggen. De baai met in het midden ook nog een rif en ondiepte ligt behoorlijk vol en we zijn met de gekozen ankerplaats toch niet echt gelukkig. De mooring die een boatboy aanbiedt, nemen we dan ook graag aan. De boatboy heeft belangstelling voor een van de fietsjes die nog altijd op de voorpunten staan. Wat later keert hij terug met nog een vriend die het andere fietsje wel wil kopen. En zo verdwijnen de twee fietsjes van boord.

In de middag gaat Frank naar de douane. Daar maken ze bezwaar dat we op de eilanden waar we geankerd hebben voor de nacht, niet hebben ingeklaard. Frank legt uit dat we te laat aankwamen en ´s morgens weer te vroeg weg waren om naar de douane te gaan en dat we ook nooit aan land zijn gegaan, maar keurig de gele vlag hebben gehesen, het internationale teken dat je als schip nog niet bent ingeklaard door de lokale douane. Uiteindelijk worden onze paspoorten afgestempeld, maar gelijk uitklaren kan niet. We moeten daarvoor apart terugkomen.

Zaterdag 9 april

Van Union Island naar Tobago Cays

Omdat we in het ritme zitten van wakker worden met het eerste licht, zijn we ook vandaag vroeg op. We ontbijten rustig en maken dan los van de mooring om naar Tobago Cays te varen. Dat ligt nog geen 5 mijl in noordoostelijke richting, maar dus tegen de wind in. Laveren tussen de riffen is geen optie, dus we doen het op de motor. Tobago Cays is een archipel van kleine, onbewoonde eilanden omgeven door een hoefijzervormig rif aan de zijde van de Atlantische Oceaan met de status van natuurreservaat. Tussen de eilanden zijn volop ondiepten waardoor het water dat kraakhelder is, licht turquois kleurt. Het is in feite een grote ansichtkaart en de locatie is ook geliefd bij foto/ en filmopnamen voor reclames. Even buiten het rif ligt nog een eiland met een palmbomen bosje, wat een set was voor Pirates of the Caribbean. Nog verder in zee ligt nog een groot rif dat de naam heeft ´Einde van de Wereld´.

Omdat de African Seawing niet diep steekt, kunnen we gebruik maken van een smalle doorgang tussen de riffen aan de zuidwestzijde.  We zoomen zover in op de elektronische kaart dat wat op de kaart nog een redelijke afstand lijkt tussen boot en rif, in werkelijkheid nauwelijks twintig meter is. Met het ronden van het laatste eiland alvorens we in de baai van Tobago Cays arriveren, nemen we de bocht iets te krap en stoot de rechterkiel even tegen de bodem. Ook hier kiezen we voor een mooring die inbegrepen is in de toegangsprijs die je betaalt voor Tobago Cays.

Met de dinghy maken we een verkenningstochtje door de baai en langs het rif en we landen op een van de eilanden. Daar blijkt dat je met wat klimwerk naar boven kunt, dus halen we even op de boot schoeisel op en varen dan naar het grootste eiland. Daar is een picknick-barbecueplaats en daar staat ook keurig een bordje ´road to the top´. Vanaf het begin is de road niet meer dan een smal spoor dat eerst door het gras omhoog leidt, maar weldra over stenen dwars door het stekelige struikgewas leidt. Halverwege zien we een grote leguaan die gelukkig blijft zitten en zich goed laat bekijken. Als hij het genoeg vindt, steekt hij poot voor poot het pad van losse stenen over om aan de andere kant tussen de bladeren te verdwijnen. Hoe hoger we komen, hoe onduidelijker wordt wat het pad is. Het is bukken en goed opletten om je niet open te halen aan de vele grote stekels, of met je volle hand de cactussen vast te pakken die zich soms in je ooghoek voordoen als een handig steuntje om even houvast bij te zoeken. Maar eenmaal boven blijkt het uitzicht de moeite meer dan waard. Van boven met de zon ondertussen recht boven ons, kun je de kleuren van het water nog veel beter zien dan dat je zelf bijna op zeeniveau bent.

Na de lunch gaat Frank snorkelen en ik zwem naar de zandplaat vlakbij de boot. Weer terug installeer ik me met camera op de boot om de schildpadden die regelmatig opduiken op film te krijgen. En dat lukt. Frank komt terug met enthousiaste verhalen over wat hij gezien heeft. Natuurlijk ook schildpadden want die zijn hier volop, maar het meest bijzondere noemt hij een school vissen. Ze zwommen zo dicht bij elkaar dat hij eerst meende dat het een rots was.     

Zondag 10 april

Van Tobago Cays naar Union Island

De zondag begint grijs, regenachtig en met elke bui trekt de wind flink aan. Daarmee zakt ook de temperatuur. Dat valt tegen, zeker omdat ik had verwacht dat het droog zou blijven nu we uit de buurt zijn van de hoge eilanden die hun eigen wolken en regen maken. Ook om 9 uur drijft er vanaf de oceaan over de hele breedte van de horizon alleen nog maar meer grijze wolken naar ons toe. Als tegen 11 uur het iets opklaart, besluiten we om gelijk te vertrekken. Het vooruitzicht om met forse wind en golfslag weer tussen de riffen door te moeten, is niet aantrekkelijk. Omdat we nu de wind van achter hebben, rollen we de genua uit en zeilen met ruim 6 knopen weer richting Union Island.

Bij de baai worden we opgewacht door de boatboy die ons korting heeft beloofd als we bij hem terugkwamen. Wat ongelukkig leidt hij ons door de oostelijke ingang terwijl we toch een mooring in het westelijke deel krijgen. De poging om voor de wind goed vast te maken aan de mooring mislukt. Ook de tweede poging gaat niet vlekkeloos wat even irritaties bij ons alle twee opwekt. Maar uiteindelijk liggen we goed vast in de wind die nog altijd met zo´n 15 tot 20 knopen waait. En weldra begint het ook weer te regenen. Frank gaat later in de middag weer naar de douane om uit te klaren. Ik blijf aan boord om terwijl de regen op het dak van de kajuit tikt, aan dit verslag te werken. 

Maandag 11 april

Van Union Island naar Grenada, Prickly Bay

Het weer dat gister al niet meer optimaal was, heeft er in de loop van de nacht helemaal de brui aangegeven. De regen klettert met grote regelmaat op de boot en de bijbehorende wind trekt bij iedere bui aan. Zoals elke ochtend zijn we om 6 uur paraat om los te gooien, maar om dat te doen met meer dan 20 knopen wind in de kleine, volle baai, vindt Frank niet verstandig. We kruipen dus maar weer even het bed in om op een moment met minder wind te wachten. Tegen 7 uur staan we allebei tegelijk weer buiten. De wind is minder, maar aan de horizon formeren zich weer nieuwe, dikke regenwolken, dus dit is het moment om te gaan. De lijn door de mooring is snel los en Frank stuurt de boot behendig tussen de ondiepten, riffen en andere schepen keurig door naar buiten. Daar rollen we de genua uit. Eenmaal wat verder van Union Island mindert de wind naar zo´n 15 knopen. We hadden Carriacou als eventuele tussenstop, maar omdat het weer meevalt, besluiten we door te gaan naar Grenada. In de luwte van Carriacou draaien we in de wind om het grootzeil te hijsen. Na wat rekenwerk over afstanden en geschatte snelheden, besluiten we om langs de windzijde van Grenada naar de aan de zuidkust gelegen Prickly Bay te gaan. Dat betekent een halve windse koers en op een gegeven moment klokken we meer dan 10 knopen snelheid. Grenada komt snel dichterbij. Oplettend voor de uitlopende riffen en enkele rotseilanden verder van de kust, komen we tegen 14 uur aan in Prickly Bay, een langwerpige ruime baai die goed beschermd is. Daar kiezen we voor de jachtclub een plekje om te ankeren. De drukte valt er erg mee. Als het anker ligt, schudden we elkaar de hand. De tocht is volbracht!

In de avond gaan we pizza eten in een open restaurantje bij de jachtclub waar ze volgens Frank de beste Italiaanse pizza´s maken met de echte dunne bodem. En hij had gelijk! Voor een echt lekkere pizza moet je naar Grenada.

Dinsdag 12 april

Grenada, Prickly Bay en uitstapje naar Sint George

Het weer in de Carieben is niet meer wat het geweest is. De korte buien hebben in de nacht plaats gemaakt voor langdurige stortbuien en als het dag wordt, is de hemel dik van het grijs. In de buien is de oever van de baai, op nog geen tweehonderd meter afstand, volledig aan het zicht onttrokken. Frank spant de kuiptent zo dat hij het regenwater kan opvangen in de grote vijf liter drinkwaterflessen. Wat dat betreft levert de regen een welkome aanvulling op de zoetwatervoorraad, want die is na twee weken danig geslonken. Op de radio vang ik een waarschuwing op dat op Grenada door de overvloedige regen wegen onbegaanbaar zijn geworden. Tegen 10 uur is het bijna droog en kan ik alsnog aan mijn dagje uit naar Sint George, de hoofdstad van Grenada, kan beginnen. Frank brengt me met de dinghy naar het restaurant The Big Fisch aan het einde van Prickly Bay. Daar komen busjes die naar de hoofdstad gaan.

Grenada heeft hetzelfde bussysteem als op Antigua. De busjes zijn particulier, maar rijden een officiële route en zijn herkenbaar aan het nummer van die route dat op de voorruit is geplakt. Hemelsbreed is de afstand van Prickly Bay naar Sint George's gering, maar de smalle wegen slingeren zich in vele bochten door het bergachtige landschap, zodat het zo´n drie kwartier duurt voor ik uitstap bij het busstation van Sint George's. Omdat het nog steeds miezert en relatief koel is, besluit ik om de heuvel gelijk achter het busstation en de markt te beklimmen om een goed uitzicht over de stad te krijgen. De weg loopt stijl omhoog. Aan het onderhoud van de huizen en huisjes ontbreekt het veelal. Van een grote four-wheel-drive zijn vier banden lek en er voor en er achter groeien bloemetjes in de scheuren van het asfalt. Een fleurig detail dat duidelijk maakt dat de auto al geruime tijd in deze staat verkeert. Maar naar mate ik hoger op de heuvel kom, worden de huizen groter en zien er beter uit. Beneden aan de zeekant meert een tweede cruiseschip af. Het eerste vervoert blijkbaar vooral Duitse toeristen, want tot mijn verbazing ben ik niet de enige die de weg naar boven volgt. Als ik bijna boven ben, loopt de weg dood in een tuin omgeven met een groot hek. En dat is maar goed ook, want plots stormen drie enorme honden op me af tot het hek hen tegenhoudt. Het is duidelijk dat ik weer beter naar beneden kan gaan. In de stad bezoek ik de kerken die allemaal zwaar beschadigd of tot ruïne zijn vervallen door orkanen. De katholieke kerk is weer hersteld en heeft kleurige glas-in-loodramen met geometrische figuren in blauw, geel en rood in de spitsbogen. De onderste delen bestaan uit gewoon glas en door de ramen heb je een geweldig uitzicht over de stad en baai. Schuin tegenover deze kerk staat het voormalige parlement dat eveneens een ruïne is. Hetzelfde geldt voor nog een kerk iets verderop. Het dak van deze kerk is helemaal verdwenen. Alleen de halfronde absis waar het tabernakel heeft gestaan, heeft de storm overleefd en daar is het dak weer gedicht. Een bijgebouw dat tegen de kerk was geplakt, doet nu dienst als kapel. Achterin de originele kerk staat de trap die naar de balustrade leidde, weg te rotten. Naast de doopvont vind ik een kist waarin de restanten van de tegeltjes waarmee de vloer was belegd zijn verzameld. Bovenop ligt nog een hoofd van wat ooit een marmeren beeld moet zijn geweest. Zo te zien staat de kist hier al lang onder de lekkende balustrade die nu dienst doet als dak, maar niet waterdicht is. Het zal niet lang duren of ook de kist valt uit elkaar. Aan de straatkant roept een groot bord op om bij te dragen aan de wederopbouw van de kerk met geld en gebed. Er wordt blijkbaar meer gebeden dan geld gestort.   

Mijn volgende doel is het fort dat op de uitloper van de berg staat vlak boven de baai. Dat is ook een favoriete bestemming van de Amerikanen die inmiddels als lange slierten mieren uit de cruiser zijn gestroomd. Het fort is destijds door de Engelsen gebouwd en nu doet het nog dienst als politiebureau. Een plaquette op de muur van de binnenplaats herinnert eraan dat in dit fort voormalig president Bishop werd doodgeschoten in 1983. Het jaar dat de Verenigde Staten een troepenmacht naar Grenada stuurde om naar eigen zeggen om de orde er te herstellen. In de acht jaren daarvoor had Bishop een socialistisch bewind gevoerd met steun van Cuba. De Amerikanen wilden echter geen tweede Cuba in hun achtertuin en toen er in Grenada tegenstand kwam tegen het socialistische bewind, greep Washington onmiddellijk de kans om Grenada weer op het eigen spoor te krijgen.

Woensdag 13 april

Van Grenada naar huis

Ook mijn laatste ochtend in de Carieben is de lucht grijs en vind ik het ook al zo koud dat ik mijn laatste zwempartij maar oversla. Even na 10 uur brengt Frank me naar The Big Fish waar ik een taxi naar het vliegveld neem. Omdat die er nog niet is, drinken we nog even koffie. Ruim op tijd arriveer ik op het kleine vliegveld van Grenada, waar je vanuit de wachtruimte uitzicht hebt op zee. Ik zie zeiljachten voorbij komen. Maar voor mij zit het erop.

Nabeschouwing

Frank vroeg me om een vergelijk te maken tussen de oversteek van de Atlantische Oceaan  – eind 2009 zeilde ik met de African Seawing van Mindelo op de Kaapverdische Eilanden naar Salvador de Bahia, Brazilie – en het zeilen in de Carieben. De twee zeiltochten verschillen inderdaad behoorlijk van elkaar. Op de Oceaan was het vaak uren zeilen zonder dat de omstandigheden noemenswaardig veranderen, zodat de gekozen zeilvoering kan blijven staan zoals het gaat. Voor de één maakt dat het saai; de ander geniet juist van die relaxte sfeer en vermaakt zich met urenlang naar de golven kijken, waarvan er nooit één dezelfde is en waarvan de kleur steeds weer verandert met het voorbij schuiven van de zon aan de hemel en het voorbijkomen van een wolk. In de Carieben zeilen is elk uur weer anders. Wind, golven en stroming zijn er steeds weer anders, zeker aan de lijzijde van de eilanden. De folders die vakantie in de Carieben promoten tonen steevast een helderblauwe hemel, turquoise zeewater en grote zeilschepen waarvan de zeilen bollen in een aardig bries, terwijl dames in bikini op het voordek vertoeven. De werkelijkheid is ruiger, zoals uit bovenstaand verslag blijkt. Een zeilvakantie in de Carieben vergt degelijke zeil- en navigatie-ervaring. Maar voor wie dat heeft en van avontuurlijk zeilen houdt, is de Carieb een paradijs.

Onderstaande foto's zijn door Marc vastgelegd. Zijn grote professionele camera bleek stuk te zijn. Geen scherpstelling meer. Dus deze zijn van zijn pocket camera. Niks mis mee bij deze resolutie.

 

Ik maak dan maar een foto verslag die min of meer parallel loopt met Marc zijn verhaal. Deze foto's zijn van mijn hand.

Uiterst links en rechts Phil & Norma van Minni B. In het midden vrienden.

Links. Barbuda. Links zie je nog net de binnen zee (donker en groenig) terwijl recht de Caribische zee (helder blauw). Beide gescheiden door een smalle zandstrook. Rechts. Kilometers strand helemaal voor ons alleen.

Links. Zonsondergang nabij het enige resort dat dit eiland Barbuda rijk is. Wel er zijn er nog een paar maar het stelt niks voor. De bewoners van dit eiland verzetten zich tegen elke ontwikkeling van promotoren. Je kan hier trouwens geen land kopen. Enkel huren. Ze willen geen slaaf worden van de groot industrie die toerisme hier kan zijn. Ik geef ze 100% gelijk. Het is dus een privilege voor de bootjes mensen om dit te mogen beleven. De Carib ten voete uit zoals het ooit overal was. Houden zo. Rechts. Op pad naar het vogelreservaat. Niet te zien hier is hoe deze boot door het water scheurt terwijl je de bodem op minder dan een meter ziet. Fotograferen was niet mogelijk omdat we lijf en leden moesten vasthouden.

In de pilot staat, de jongen lijken net vruchten van de mangroves, maar bewegende vruchten dan. De jongen hebben nog witte kopjes. Ouders vliegen af en aan met voedsel. De fregat vogels hebben de grootste spanwijde van vleugels ten opzichte van hun gewicht en zijn daardoor op de albatros na de beste zwevers. Zij kunnen niet duiken en als er eentje op water land is hij verloren. Geruchten gaan dat andere soortgenoten dan zo'n verloren vogel terug in de lucht helpen door aan weerzijde aan de vleugels te trekken. Ze jagen dus op vis in scheervlucht. Wat ze nog veel liever doen is vis afhandig maken van meeuwen. Van daar de piraten naam Fregat vogels. Mannetjes hebben een grote knal rode keelzak die ze in de bronst tijd opblazen om indruk te maken op de vrouwtjes. Bijzonder is ook dat mannetjes 2 leefwerelden hebben. 6 maanden vertoeven ze in de Carib en 6 maanden zijn ze in de Galapagos om andere vrouwtjes te bezwangeren van het enige ei dat ze leggen.

Onze gids op wandel met de boot. Rechts ziet u hoe ondiep het kan zijn.

Links een Lucky shot. De zon is zo heftig dat je niets ziet op je LCD van de camera. Dus het is lukraak plaatjes schieten. En soms komt er dan een verassend beeld op de proppen. Rechts een andere schuit met minder volk. Je betaald per boot dus hoe meer volk des te goedkoper de trip. Wij waren met 9.

Hoezo restaurants? Dat kennen ze hier niet. Vaak koken mama's voor de hele buurt op straat. Wel rijst en groeten zijn op voorhand gekookt in grote potten. Vlees, in dit geval kip, gaat op de BBQ. Een bloedheet sausje maakt de zaak pittig. Ze noemen dat "Jerk". En de tafels en stoelen?  een betonblokje zal ook wel goed zijn zeker !!! We vermaken ons en het kost twee keer niets.

Van hogere klasse is de lobster maaltijd. Steevast steen kreeft (met 10 poten en zonder scharen). Deze zijn illegaal klein maar het mag omdat ze zelf gekweekt zijn. Hopelijk is hun dood snel en pijnloos in dat kokend water. Ik zag ze in elk geval geen kik geven.

Minder snel dood waren deze 2 kerels die we aan de haak sloegen. De bovenste een bonito maar de onderste (met wit vlees) ken ik niet maar was wel lekker. De helf van de bonito hangt nu aan een draad te drogen terwijl ik hem 24 uur gezouten had. Zo gezouten en gedroogde vis is lekker als hapje. In Zuid Afrika geleerd. Daar noemen ze dat Billtong en is meestal vlees.  Recht, vogels hebben helemaal geen bang en vliegen rustig binnen voor een verloren korreltje brood of zo iets. Ik help hen daar graag bij. Als dank laten ze wel ergens een poepje na.

Goed gecamoufleerd zijn deze leguanen. Deze op foto was zeker een meter lang al gaat 2/3 daarvan op in zijn staart. Rechts Marc op weg naar een top in Tobago Keys. In je ooghoek ben je geneigd die cactussen als een tak te aan zien die je wil grijpen. Oeps, even niet dus.

Hoeveel tinten blauw bestaan er? Wel de mooiste zijn hier te vinden. Het blijft adem benemend en geloof me, de foto's doen veel teniet van de werkelijkheid. Tobago Keys, het ultieme paradijs. Onbewoond en marine park.

Zwemmen met schildpadden en sting rays, het kan hier allemaal en net zoals op de Galapagos, de dieren hebben geen schrik. Alleen, niet aanraken zo wordt vriendelijk verzocht in het park reglement. Het afdruk knopje van de camera is genoeg voor mij. Voor de rest overheerst een bijzonder gevoel dat ik niet kan beschrijven. Net zoals met dolfijnen.

Wat zouden deze oerbeesten van ons denken? Het zijn zeegras eters. Vaak maken veel ankers dat gras kapot. Er loopt nu al geruime tijd een campagne om moorings te plaatsen (bal aan touw en aan betonblok) zodat ankeren niet meer hoeft of zelfs verboden is. Ik sluit me daar volmondig bij aan. Wij namen een mooring niet tegen staande anker hier nog mag.

Heel even dacht ik naast een wrak of een rots te zwemmen toen duidelijk werd dat het om een reusachtige school vissen ging. En nog geen kleintjes ook. Heel moeilijk om vast te leggen op camera. Je ziet maar een fractie. Indruk wekkend was het wel. Ik heb begrepen dat vissen dat doen om er als geheel erg groot uit te zien en dus belagers te ontmoedigen. Bij haaien lukt dat meestal maar dolfijnen zijn slimmer. Die werken samen met tonijnen en vogels  om hapklare vis te vangen. De natuur blijft verwonderen.

Einde verhaal en hopelijk tot volgend seizoen met meer avontuur en beelden die jullie even doen wegdromen van de dag dagelijkse sleur. Dat is toch het doel van deze website. Om u te plezieren nietwaar !

 

 

Home